Drielandenpunt: omdat de grenzen van drie landen hier bij elkaar komen, is deze plek een toeristische attractie geworden die jaarlijks door 800.000 bezoekers uit de hele wereld wordt aangedaan. Het Drielandenpunt, met zijn 322,5 meter boven zeeniveau het hoogste punt van Nederland, staat ook voor de relaties tussen de bewoners van de Drielandenregio en voor de Europese integratie.
Geuzenweg: deze verbinding loopt vanaf het Türmchen Beeck via de Maladengraben richting de Moresneter Weg. Het maakt deel uit van de verborgen kerkweg waarlangs protestanten, die tijdens de katholieke Spaanse heerschappij in de 16e en 17e eeuw werden vervolgd en als ‘geuzen’ werden uitgescholden, vanuit Eupen naar Vaals gingen om de kerkdienst bij te wonen. Een vrijwel verborgen holle wegverbinding tussen Geuzenweg en Reinartzkehl stond na de Tweede Wereldoorlog bekend als de Kaffeegasse, omdat hij door smokkelaars werd gebruikt als sluipweg.
Holle wegen: overal in de grensregio, ook op de Landgraben-route, stuit men op spectaculaire holle wegen. Door jarenlang voortdurend gebruik door voertuigen, vrachtverkeer en vee ontstonden groeven in de grond die door de regen steeds verder werden uitgespoeld en nu soms meters diep in het omgevende landschap zijn ingesleten. Deze wegen, die in de regio Aken ook wel “Grachten” worden genoemd, waren de langeafstandswegen van de middeleeuwen. Een daarvan, de postkoetsweg van Aken naar Luik, liep over de Dreiländerweg en in het verlengde ervan naar België. Met de aanleg van de weg naar Luik rond 1750 raakte deze voorheen veelgebruikte weg in onbruik.
Türmchen Beeck: de wachttoren Türmchen Beeck is een van de indertijd acht wachttorens van het Rijk van Aken. Dit verdedigingswerk uit de vijftiende eeuw bestaat uit een voetstuk van natuursteen met een vakwerkopbouw. De wachttorens waren bedoeld voor de verdediging van het Rijk van Aken en werden ook gebruikt om toezicht te houden op de velden en bossen. Ze stonden allemaal bij de Innerer Landgraben, zodat het mogelijk was berichten via rook- of lichtsignalen naar de “Lange Turm” in de binnenstad te sturen.
Fruitweide “Türmchen”: de Naturschutzbund Deutschland (NABU) bevordert het behoud van het cultuurlandschap langs de grens met Nederland. Een voorbeeld hiervan is de boomgaard of fruitweide aan de Dreiländerweg. Deze bestaat al sinds circa 1930. Eind jaren 80 van de twintigste eeuw en in 2001 en 2007 werden er veel oude lokale boomsoorten bijgeplant. De boomgaard is sinds 25 jaar niet meer bemest, waardoor zich een bloemen- en insectenrijke schrale vegetatie heeft ontwikkeld. In de rijk gestructureerde veldheggen vinden allerlei vogelsoorten als de boomklever, groene specht, bonte specht, steenuil, ringmus en grijze vliegenvanger een onderkomen. Met 5,6 hectare is dit de grootste fruitweide in Aken.
Landgoed Reinartzkehl: tijdens het feodale tijdperk waren landgoederen vaak leengoederen waarbij de bezitter, de leenheer, zijn vazallen of leenmannen toestond tegen betaling van geld of goederen gebruik te maken van het leengoed. Leenheer en leenman zwoeren een leeneed. Landgoed Reinhartzkehl maakte deel uit van de leenmannenkamer van de proosdij van het Marienstift te Aken (nu Dom van Aken). De naam van het landgoed verwijst naar de ligging ervan in een verlaging (“Kehle”). Nu is op Reinartzkehl een manege gevestigd. Hier kun je een picknickpause houden bij het verkoopautomaat.
Innerer Landgraben: een heel mooi stuk van de Innerer Landgraben is te zien ten noorden van het Friedrichswald. De meer dan 200 jaar oude beuken zijn hier in zeer bizarre vormen gegroeid. De Innerer Landgraben bestond uit een dubbele wal langs een greppel die net breed genoeg was voor twee ruiters. Dit is hier nog altijd goed te zien.